Rosetta steen
Champollion en de Rosetta steen
Maar hij zit niet stil, de jonge onderzoeker (26) maakt van de gelegenheid gebruik om naast het schrijven van een grammatica en woordenboek van het koptisch de beroemde “Steen van Rosetta” te bestuderen, die sinds zijn vondst de gemoederen van veel wetenschappers bezighoudt. Toch is deze beroemde Stèle niet de sleutel waarmee het raadsel van het enkele duizenden jaren oude schrift opgelost wordt. Naar aanleiding van een stukje tekst van Ramses II uit de tempel van Aboe Simbel ontdekt hij dat hiërogliefen zowel een voorwerp als een klank kunnen weergeven. Chateau-briand schrijft over dit voor de geschiedenis van Egypte cruciale moment: “Champollion heeft de hiërogliefen ontcijferd die als een zegel op de lippen van de woestijn leken te liggen.” Dolgelukkig rent de ontdekker zijn werkkamer uit om zijn ontdekking wereldkundig te maken, als hij door een combinatie van oververmoeidheid en opwinding in coma raakt. Hij blijft vijf dagen buiten bewustzijn. Hij gaat op reis, ook al gaat zijn gezondheid achteruit. Hij bestudeert en ordent de verzameling die Drovetti, de consul van Frankrijk, aan de koning van Sardinië verkocht heeft en die in Turijn tentoongesteld wordt. Hij doet het zelfde in Louvre, dat op zijn advies de belangrijke collectie Oud Egyptische voorwerpen van de Engelse consul Salt heeft aangekocht. Als hij tot conservator is benoemd van de nieuwe afdeling Egyptische Oudheden in het Parijse museum, komt voor hem eindelijk een reis naar Egypte in zicht. In 1828 gaat zijn droom in vervulling, hij gaat naar Egypte, waar hij leiding zal geven aan een team van veertien Franse en Toscaanse wetenschappers. Vijftien maandenlang en ondanks de spit die hem regelmatig aan zijn bed gekluisterd houdt, trekt de Egyptoloog van de Delta tot de tweede grote waterval en bezoekt hij alle in kaart gebrachte archeologische vindplaatsen. Hij kleedt zich als een Egyptenaar, compleet met tulband en oosterse sloffen en laat zijn baard staan. Zo dringt hij het leven binnen van het volk dat erfgenaam is van de cultuur die hem zo interesseert. Europa wordt voor hem een werelddeel van lilliputters. Maar juist door als een Egyptenaar te leven en van het wateruit de Nijl te drinken loopt hij zeer waarschijnlijk de kwalen op die zijn dood zullen bespoedigen. De titanenarbeid die hij in Egypte heeft verricht leidt tot de publicatie van Momuments de l'Egypte et de la Nubië, Noteces de scriptives, en zijn prachtige Lettres ecrites d'Egypt et de Nubië (brieven uit Egypte en Nubie, en niet te vergeten een Grammaire (Grammatica) en een Dictionnaire (Woordenboek) die pas na zijn dood verschijnen. Hij overlijdt op 4 maart 1832. Op zijn sterfbed zegt hij dat één ding hem spijt, dat hij niet twee jaar langer de tijd heeft gekregen om zijn werk af te maken. |