![]() Hatsjepsoet Tempel
Hatsjepsoet was een van de vrouwelijke farao's die Egypte regeerde. Zij was getrouwd met Tuthmosis II, die stierf voordat zij een zoon had voortgebracht. Hatsjepsoet nam de zaken voor de nog zeer jonge troonopvolger Tuthmosis III waar. Toen Tuthmosis III oud genoeg was om zelf te regeren weigerde ze evenwel om de macht uit handen te geven. Ondanks de afwijkende vorm harmonieert de gedeeltelijk in rotsen gebouwde tempel van Hatsjepsoet met het landschap. In de tijd dat de tempel gebruikt werd stonden er bomen en bloemperken omheen, wat de tempel een heel ander aanzicht gaf. De toegangsweg naar de tempel was geflankeerd door sfinxen met het hoofd van de koningin. Hiervan is niets meer over, net zo min als van de eerste pyloon. De tempel begint daardoor bij het eerste terras. Vandaar gaan twee flauw hellende paden naar de bovenste twee van de drie verdiepingen tellende tempel. De zuilenrij van het eerste terras wordt in tweeën gedeeld door de hellingbaan, die door twee leeuwen bewaakt wordt, en bestaat uit twee keer elf zuilen. Achter de zuilen zijn mooie reliëfs verborgen, ze vertellen het verhaal van het vervoer van twee obelisken van Aswan naar Karnak, waar een van de twee nog steeds overeind staat.
Thoetmosis III was woedend omdat hij zo lang moest wachten voor hijzelf de troon kon bestijgen. Hij besloot dat alles wat met Hatsjepsoet te maken had te vernietigen. Hij liet al haar cartouches weg beitelen en zette zijn eigen naam ervoor in de plaats. Hij onthoofde haar beelden en schrapte haar naam van de lijst van farao's. Desondanks bleef de herinnering levend aan Hatsjepsoet, de vrouw die tijdens haar leven met een ster werd vergeleken. Via de hellingbaan wordt het tweede terras bereikt. Ook hier is de zuilenrij onderbroken. De geboortehal aan de rechterkant bevat veel reliëfs over de geboortelegende van Hatsjepsoet, de verwekking van de nieuwe koningin door de god Amun, die de gedaante van Tuthmosis I heeft aangenomen, het 'maken' van het lichaam van Hatsjepsoet op de pottenbakkersschijf door Heket, de godin van de verloskundigen (te herkennen aan de kikkerkop), de hoogzwangere moeder wordt door scheppergod Khnum (Chnoem) en Heket naar de verloskamer begeleid, waar de goddelijke geboorte in een baarstoel plaatsvindt. De nieuw geborene wordt ten slotte aan de goden van Egypte voorgesteld. Hatsjepsoet heeft ook laten zien dat ze in de bouw een meesteres was. Ze heeft voor de Amon tempel twee obelisken laten plaatsen, deze waren zwaarder dan men gewend was. Het beste werk van haar is toch wel Deir el-Bahari. De tempel die met de achterzijde tegen de rotswand is gebouwd en zelfs gedeeltelijk uit de rotswand is gehouwen. De architect van het prachtige werk is Senmoet. Zijn graf ligt dicht bij dat van de koningin. In Aswan (zuid Egypte) vind je in de steengroeve een nog onafgewerkte reuzen obelisk die nooit is gebruikt door Hatsjepsoet, een bezoek is zeker aan te bevelen. |